Eerste leerjaar A-stroom
Nederlands/Frans/Wiskunde
Agro- en biotechnieken
Communicatievaardigheden
Digitale technologie
Europese projectwerking
Kokkerellen
Latijn
Mondiale vorming
Multimedia
Muzisch atelier
Natuursporten
Sociale activiteiten
Technische vorming sport
Technologisch atelier
.
Lessentabellen


Nederlans/Frans/Wiskunde
Welke kennis verwerf en verwerk je?
In de extra uren wiskunde en talen die via dit optiepakket toegevoegd worden aan de uren van de basisvorming, verwerf je meer inzicht in de theoretische kennis van het vak, remedieer je
bepaalde leerstofonderdelen en leer je deze kennis toepassen via zelfstandige (ICT-) opdrachten.
Welke vaardigheden train je?
In wiskunde oefen je de rekenvaardigheden, de meet- en tekenvaardigheden en het correct omschrijven van begrippen en eigenschappen. Je leert constructies van meetkundige
tekeningen met punten, vectoren, lijnstukken, rechten en kegelsneden – uitgevoerd in een ICTpakket (Geogebra) – lezen, verklaren en zelf wijzigen. Je zoekt op zelfstandige wijze,
individueel of in groep, naar oplossingen voor problemen.
In de talen, train je vooral de communicatieve vaardigheden. Je oefent correcte spelling, het gebruiken van een gevarieerde woordenschat en het toepassen van je inzichten in woord- en
zinsontleding tijdens opdrachten schrijfvaardigheid. Je leert juist articuleren en expressief spreken via spreekoefeningen voor de klas. Tijdens lees- en luisteropdrachten leer je verschillende tekstvormen en tekstsoorten verkennen.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je leert samenwerken om allerlei opdrachten tot een goed einde te brengen, individueel of in groep. Je hebt zin voor nauwkeurigheid, orde, helderheid in taalgebruik en doorzettingsvermogen. Je neemt een kritische houding aan tegenover allerlei cijfermateriaal, je eigen wiskundige berekeningen en informatie uit diverse bronnen. Je hebt oog voor cultuurverschillen.
Agro- en biotechnieken
Welke kennis verwerf en verwerk je?
In deze optie bestudeer je elementen van de natuur en de landbouw. Je maakt kennis met chemie en biologie. Je leert over de herkomst van alledaagse voedingsmiddelen die geteeld of gekweekt worden op land- en tuinbouwbedrijven. Je verwerft inzicht in de manier waarop de mens zorgt voor het opzetten van teelten van plantaardig voedsel: de aanleg, de groeifactoren en de technieken, het oogsten en de verwerking.
Welke vaardigheden train je?
Je leert de juiste middelen en materialen gebruiken om je eigen klastuin te onderhouden. Je oefent in het toepassen van de juiste onderhoudstechnieken en –methodes van de start van de teelt tot de oogst. Je communiceert in groep over de resultaten van eenvoudige praktische proefjes en mogelijke problemen tijdens het opzetten van de teelt. Je leert creatieve oplossingen bedenken en uitvoeren.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor natuur, landbouw en economie. Je wil zelfstandig, ook in groep werken. Je werkt verzorgd en je streeft het oogsten van kwaliteitsvolle producten na. Je hebt oog voor je eigen veiligheid en die van de anderen. Tevens besteed je aandacht aan het milieu door zorgzaam om te gaan met materialen en producten.
Communicatievaardigheden
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je bouwt kennis op over hoe communiceren, waarom communiceren en met welke moderne communicatiemiddelen. Ook wissel je digitaal (via interactieve mediamiddelen: mail, weblog, Web 2.0. tools, …) deze informatie uit met leeftijdsgenoten van Wallonië en het buitenland.
Je verwerft inzicht in technieken om correct te articuleren en gevoelens uit te drukken via lichaamstaal. Je kan je inleven.
Welke vaardigheden train je?
Je wordt vaardig in het opzoeken, verwerken en bewaren van (digitale) informatie met behulp van ICT. Je leert ICT gebruiken bij het creatief voorstellen van informatie aan anderen.
Je leert werken volgens een werkplanning. Eveneens leer je jezelf in te leven in een rol door middel van improvisatieoefeningen en toneel.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse en respect voor andere culturen. Je bent bereid je in te leven in de denk- en leefwereld van een ander persoon. Je kunt vooroordelen opzij zetten en samenwerken om projecten tot een goed einde te brengen. Je neemt zelf initiatief en je gaat kritisch om met informatie. Je bent bereid je aan te passen aan onverwachte omstandigheden.
Digitale technologie
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je bouwt kennis op over Europa, de Europese landen en de leefgewoonten en tradities van de inwoners door zelf informatie op te zoeken. Ook wissel je digitaal (via interactieve mediamiddelen: mail, weblog, Web 2.0. tools, …) deze informatie uit met leeftijdsgenoten van Wallonië en het buitenland in het Frans en Engels.
Welke vaardigheden train je?
Je wordt vaardig in het opzoeken, verwerken en bewaren van (digitale) informatie met behulp van ICT. Je leert ICT gebruiken bij het creatief voorstellen van informatie aan anderen en je kan op een veilige manier deze informatie communiceren in eenvoudig Frans en Engels.
Je leert werken volgens een planning, afgesproken met de projectpartners.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse en respect voor andere culturen en je wil vreemde talen spreken en schrijven. Je bent bereid vooroordelen opzij te zetten en samen te werken om projecten tot een goed
einde te brengen. Je neemt zelf initiatief en je gaat kritisch om met informatie. Je bent bereid je aan te passen aan onverwachte omstandigheden.
Europese projectwerking
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je bouwt kennis op over Europa, de Europese landen en de leefgewoonten en tradities van de inwoners door zelf informatie op te zoeken. Ook wissel je digitaal (via interactieve mediamiddelen: mail, weblog, Web 2.0. tools, …) deze informatie uit met leeftijdsgenoten van Wallonië en het buitenland in het Frans en Engels.
Welke vaardigheden train je?
Je wordt vaardig in het opzoeken, verwerken en bewaren van (digitale) informatie met behulp van ICT. Je leert ICT gebruiken bij het creatief voorstellen van informatie aan anderen en je kan op een veilige manier deze informatie communiceren in eenvoudig Frans en Engels.
Je leert werken volgens een planning, afgesproken met de projectpartners.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse en respect voor andere culturen en je wil vreemde talen spreken en schrijven. Je bent bereid vooroordelen opzij te zetten en samen te werken om projecten tot een goed einde te brengen. Je neemt zelf initiatief en je gaat kritisch om met informatie. Je bent bereid je aan te passen aan onverwachte omstandigheden.
Kokkerellen
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je leert de opbouw van de actieve voedingsdriehoek en het verschil tussen een voedingsmiddel en een voedingsstof kennen. Je krijgt achtergrondinformatie die je zal helpen bij het samenstellen van een gezonde voeding. Je leert eenvoudige gerechten bereiden. Je maakt kennis met keukenmateriaal en je leert het correct benoemen.
Welke vaardigheden train je?
Je leert vloeistoffen en voedingsmiddelen meten en wegen en elementair keukenmateriaal (dunschiller, mixer, citruspers, manuele en digitale weegschaal, …) juist gebruiken. Je oefent een aantal technieken (schillen, snijden, mengen, breken, klutsen, kneden, kloppen, …) en een aantal bereidingswijzen (braden, gratineren, fruiten, roosteren, smelten, …). Ook oefen je eenvoudige bakprincipes en je past de gebruiksaanwijzing van elektrische toestellen (oven, vuur, mixer, …) correct toe. Je leert hoe je een tafel mooi verzorgd en decoratief kan dekken, hoe je op de juiste wijze opdient en hoe je aangeleerde tafelmanieren gepast gebruikt.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor koken en voor gezonde voeding. Je streeft naar zelfstandigheid en je wil organisatorisch werken volgens een stappenplan. Je streeft naar orde, netheid en zorg tijdens het werk en bij de nazorg. Je hebt oog voor je eigen veiligheid en die van de anderen. Tevens besteed je aandacht aan het milieu door zorgzaam om te gaan met materialen, ingrediënten en afval.
Latijn
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je ontdekt dat Latijn geen ‘dode’ taal is en je merkt vlug dat ze verder leeft in vele moderne talen. Je verwerft Latijnse woordenschat en je verdiept je in de basisbouwstenen van een Latijnse zin: substantieven, adjectieven en werkwoorden. Je leert deze bouwstenen op een juiste manier gebruiken in een Latijnse zin. Dit is de basis voor iedere verdere taalstudie.
Deze kennis heb je nodig om je eerste stappen te zetten in tekstvertaling. Tenslotte krijg je in de cultuurlessen een beeld van de Romeinse samenleving, de wieg van onze Westerse beschaving.
Welke vaardigheden train je?
Door de studie van het Latijn krijg je een grondige taalkundige vorming en leer je logisch Latijnse zinnen analyseren en omzetten naar vlot Nederlands. Je traint je geheugen door de Latijnse woordenschat dagelijks in te oefenen. Je ontdekt verbanden tussen Latijn en moderne talen en je leert de kennis van de Latijnse grammatica en woordenschat gebruiken in andere talen.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je staat open voor de antieke Romeinse cultuur en je maakt een kritische vergelijking tussen je eigen gewoontes en gebruiken en die van Romeinse leeftijdsgenootjes. Je leert de opgedane grammaticale kennis spontaan gebruiken in Nederlands en Frans. Je wil je eigen oplossing steeds kritisch beoordelen. Je bent bereid zowel individueel als in groepsverband te werken.
Mondiale vorming
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je bouwt kennis op over de wereld en de grote wereldproblemen. Je verwerft inzicht in de manier van leven van mensen elders in de wereld, in contrast met ons (luxueus leven), de verdeling van de rijkdom over de wereld, de oorzaken van de armoede, de rechten van de mens en de kinderrechten, …. Je leert de invloed van deze problemen op ons eigen leven en onze toekomst herkennen.
Welke vaardigheden train je?
Je oefent het gebruik van verschillende informatiebronnen (internet, krant/tijdschrift, boek, tv,…) en tekstsoorten. Je wordt vaardig in het omgaan met informatie: je analyseert en je beoordeelt informatie kritisch. Je oefent technieken om werkstukjes zelfstandig uit te voeren, individueel of in groep. Je ontwikkelt je communicatieve vaardigheden via (virtuele) contacten van de klasgroep met buitenlandse partners.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je toont oprechte belangstelling en hebt respect voor het leven van anderen, elders in de wereld. Je wil moeite doen om verder te gaan dan informatie te verzamelen en te verwerken: je bent bereid je in te zetten voor de ontwikkeling van kleine projecten en acties op school. Je bent creatief en origineel. Je wil samenwerken en je houden aan afspraken om tot resultaten te komen.
Multimedia
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je verwerft kennis over de mogelijkheden van je computer en over hedendaagse multimediatoepassingen. Je leert multimedia (foto’s, bewegende beelden, muziek en geluiden) en computerprogramma’s gebruiken om onderwerpen uit je omgeving voor te stellen.
Welke vaardigheden train je?
Je oefent een aantal praktische computervaardigheden tijdens de uitvoering van creatieve en expressieve werkstukjes. Je wordt vaardig in het opslaan, weergeven en overdragen van geluid, stilstaande afbeeldingen, foto’s) en bewegende (video, film, animaties) beelden. Je leert aspecten van jezelf, je omgeving en andere onderwerpen digitaal voorstellen, individueel of in groep. Je wordt vaardig in het lezen van logische stappenplannen.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor het werken met computer en het digitaal voorstellen van ideeën. Je bent bereid te leren van en met elkaar. Je hebt zin voor nauwkeurigheid, stiptheid en orde. Je wil kritisch omgaan met moderne mediamiddelen en eigen creaties.
Muzisch atelier
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je exploreert en experimenteert met verschillende vormen van expressie: beeld, beweging, dans, woord, muziek, creatieve media. Je bouwt een begrippenkader op van basistechnieken, gereedschappen en materialen binnen deze kunstvormen. Je verwerft inzicht in hoe je persoonlijke gevoelens kan uitdrukken in een combinatie van beeld, woord en lichaamstaal.
Welke vaardigheden train je?
Je leert samenwerken in groep om samen tot een mooi resultaat te komen. Je oefent een aantal basistechnieken om je expressiemogelijkheden in de verschillende kunstvormen te verruimen en te verfijnen. Je ontwikkelt motorische coördinatie. Je experimenteert met moderne mediamiddelen om beeldend vorm te geven aan gevoelens en ideeën.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor kunst en uitdrukkingsvormen in de brede zin van het woord. Je geniet van mooie muziek, mooie beelden en creatieve taal. Je kijkt en luistert met respect naar kunstuitingen van leeftijdgenoten, zonder vooroordelen. Je durft je eigen creatieve uitingen tonen.
Natuursporten
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je bouwt kennis op over je lichaam en de natuur. Je leert hoe je best met je lichaam kan omgaan: hoe je je goed kan inspannen (bewegen), ontspannen en verzorgen. Vele activiteiten vinden plaats in openlucht, bijgevolg sta je vaak in contact met de natuur. Je verwerft inzicht op de invloed die de verschillende factoren – sporten, gezondheid en natuur – op elkaar hebben.
Welke vaardigheden train je?
Je ervaart hoe je je lichaam op een correcte wijze kan gebruiken en je wordt vaardig in het herkennen van een gezond evenwicht tussen inspanning en ontspanning. Je leert enkele praktische vaardigheden die je kunt gebruiken in een eenvoudige noodsituatie. Je oefent in concrete omstandigheden het toepassen van tips en maatregelen om op een bewuste en vriendelijke manier met het milieu om te gaan.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse in een gezonde manier van leven, met speciale aandacht voor de noden (om te bewegen) van je lichaam. Je bent begaan met de veiligheid en de gezondheid van de anderen. Je respecteert de natuur. Je bent bereid – ook in moeilijke situaties – te kiezen voor gezondheid, veiligheid en respect voor iedere medemens en zijn leefomgeving.
Sociale activiteiten
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je verwerft inzicht in gedragingen en emoties van jezelf en je begrijpt de invloed van jouw gedrag en de media op de mensen rondom je. Je leert op een verdraagzame manier om te gaan met verschillen tussen mensen. In je leefomgeving leer je veilige en onveilige situaties onderscheiden. Tevens leer je zorgzaam om te gaan met het milieu in je omgeving. Tijdens de lessen ‘Studiekeuzebegeleiding’ verwerf je inzicht in de algemene structuur van het secundair onderwijs, je eigen leerstijlen, je aanleg en interessen, ….
Welke vaardigheden train je?
Je ontwikkelt de volgende sociale vaardigheden: je eigen mening verwoorden, je standpunten verdedigen in een dialoog of in groep. In de lessen ‘Leren Leren’ oefen je het plannen van je werktijd, het selecteren en ordenen van het nodige materiaal, het signaleren van eventuele studieproblemen en het raadplegen van informatiebronnen.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je bent bereid respect en waardering op te brengen voor elkaar, conflicten met leeftijdsgenoten op te lossen en je in te zetten voor solidariteitsacties op school. Je neemt je verantwoordelijkheden op in een groep. Je kiest op een verantwoorde wijze een studierichting en je houdt hierbij rekening met je eigen aanleg en interesses.
Technische vorming sport
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je maakt kennis met een bredere waaier van sporten. Zowel spelregels als de toepassingen ervan komen aan bod.
Welke vaardigheden train je?
Je leert samenwerken in groepjes. Onder leiding van de leerkracht neem je zelf je leerproces in handen: je wordt getraind in het overbrengen van opdrachten en spelregels aan je medeleerlingen. De basisbewegingen van de meest voorkomende sporten oefen je verder in en van enkele sporten komt er een uitbreiding op die basisbewegingen.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je leert dat meedoen belangrijker is dan winnen en dat fairplay heel belangrijk is in de sportwereld. Er wordt van je verwacht dat je respectvol kan omgaan met medeleerlingen en met je sportuitrusting.
Technologisch atelier
Welke kennis verwerf en verwerk je?
Je maakt kennis met een aantal basisvaardigheden en technieken voor het bewerken van hout, metaal, kunststoffen en elektriciteit. Je leert de nodige gereedschappen kennen om het gewenste materiaal te bewerken. Ook leer je een aantal eigenschappen kennen van materialen die je gaat bewerken. Je verwerft specifieke vak- en symbolentaal om de stappenplannen van een praktische realisatie vlot te kunnen uitvoeren.
Welke vaardigheden train je?
Je leert omgaan met gereedschappen en machines door verschillende materialen te bewerken. Zo verwerf je een grotere motorische vaardigheid. Ook leer je werken volgens een werkvolgorde om zo je oefeningen tot een goed einde te brengen. Steeds meer krijg je de kans om je eigen creativiteit aan te wenden.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor technologie en je bent nieuwsgierig naar nieuwe technologieën. Je werkt zelfstandig en respectvol met gereedschappen en machines. Je krijgt aandacht voor detail en afwerking en je streeft kwaliteitseisen na. Je houdt je aan de veiligheids- en milieuvoorschriften die gelden in de werkplaats. Je wil kritisch kijken naar je eigen realisaties en je manier van werken.
Welke kennis verwerf en verwerk je?
In deze optie bestudeer je elementen van de natuur en de landbouw. Je maakt kennis met chemie en biologie. Je leert over de herkomst van alledaagse voedingsmiddelen die geteeld of gekweekt worden op land- en tuinbouwbedrijven. Je verwerft inzicht in de manier waarop de mens zorgt voor het opzetten van teelten van plantaardig voedsel: de aanleg, de groeifactoren en de technieken, het oogsten en de verwerking.
Welke vaardigheden train je?
Je leert de juiste middelen en materialen gebruiken om je eigen klastuin te onderhouden. Je oefent in het toepassen van de juiste onderhoudstechnieken en –methodes van de start van de teelt tot de oogst. Je communiceert in groep over de resultaten van eenvoudige praktische proefjes en mogelijke problemen tijdens het opzetten van de teelt. Je leert creatieve oplossingen bedenken en uitvoeren.
Welke attitudes ontwikkel je verder?
Je hebt interesse voor natuur, landbouw en economie. Je wil zelfstandig, ook in groep werken. Je werkt verzorgd en je streeft het oogsten van kwaliteitsvolle producten na. Je hebt oog voor
je eigen veiligheid en die van de anderen. Tevens besteed je aandacht aan het milieu door zorgzaam om te gaan met materialen en producten.
